Reizende Nederlanders – Rob en Corinne: “Wat hebben we het toch goed!”

In de interviewserie Reizende Nederlanders praat De Schrijvende Reiziger met Nederlanders die het avontuur zijn aangegaan. In deze tweede aflevering een gesprek met Corinne (44), die samen met haar partner Rob elk jaar drie of vier maanden weet vrij te maken voor een lange reis.  Doorgaan met het lezen van “Reizende Nederlanders – Rob en Corinne: “Wat hebben we het toch goed!””

Reizende Nederlanders – Paul van Hooff: Op de motor naar Tokio

In de interviewserie Reizende Nederlanders praat De Schrijvende Reiziger met Nederlanders die het avontuur zijn aangegaan. In deze allereerste aflevering een gesprek met een échte avonturier: Paul van Hooff.

In 2005 begon journalist Paul van Hooff (1964) aan een groots avontuur: een motorreis van Alaska naar Vuurland. Zonder om te kijken naar het goede leventje dat hij leidde in Amsterdam schoof hij zijn Moto Guzzi in een vrachtvliegtuig, vloog zelf met een enkeltje naar Alaska en trok aldaar het gas open richting het zuiden. “Kwestie van een deur dicht trekken.” Uiteindelijk deed hij drie jaar over zijn reis en werd hij en route door Bolivia zowaar vader van een tweeling! Doorgaan met het lezen van “Reizende Nederlanders – Paul van Hooff: Op de motor naar Tokio”

In Polen #4 (slot): De 12:54 naar Katowice

Monika zat ernaast: er was wél wat te doen in Hajnówka. Je moest alleen even op het idee komen, maar ik kreeg ‘m in de schoot geworpen toen we langs het zwembad reden. En dus had ik een zwembroek en een handdoek nodig. De markt was gaande. Ik slenterde erover heen – groente, een onthoofd en gevild varken gewikkeld in plastic, veel kleding. Dat laatste was overigens nog best wel curieus. Je hoeft niet langer dan een dag in Polen te zijn om te zien dat joggingbroeken een gangbaar model zijn onder schooljeugd en dat gepensioneerde dames als sjiek geklede Matroesjka’s – ze leken allemaal zo kort en rond en ingepakt – door de sneeuw sjoefelden. Een gang over de markt voegt aan dit rijtje ballenknijpers als populair ondergoed en een voorkeur voor donkere kleding toe. Ze hadden alleen geen zwembroeken in de aanbieding. Doorgaan met het lezen van “In Polen #4 (slot): De 12:54 naar Katowice”

In Polen #2: De 09:06 naar Ketrzyn

De damp uit mijn beker koffie, waarmee ik de weg tussen het McDonald’s-restaurant en het station overstak, loste op in de ochtendnevel. Ik haastte me richting het warme EU-treintje, dat binnen vijf minuten zou vertrekken, en al snel kondigde het zachte geronk van de geroetfilterde dieselmotor het vertrek uit Olsztyn aan. We gleden de bossen in, waar heldere, blauwe luchten tikkertje speelden met de mist. Bij sommige stations bevonden zich leegstaande gebouwen; sommige stationsgebouwen zelf waren permanent gesloten en verzegeld met graffiti. Oude laadgebouwtjes, met rol- of schuifdeuren op wagonhoogte, die wellicht ooit een rol hadden gespeeld bij de postdistributie, stonden er verlaten bij. Toch was er genoeg leven te zien. In de dorpjes en gehuchtjes dampte de rook van haardvuur uit veel schoorstenen. En in veel seingebouwen – hogere panden met raampartijen rondom de bovenzijde, alsof het een luchtverkeerstoren betrof die zich veelal aan het doorgaande spoor bevonden nabij een spoorovergang – woonde de seinbediener. Bijna een uur na vertrek werd het erg mistig. Ik kon nog net de bevroren plassen op de laagstgelegen punten van glooiende weilanden zien, op zo’n vijftig meter van het spoor. Doorgaan met het lezen van “In Polen #2: De 09:06 naar Ketrzyn”

In Polen #1: De 13:12 naar Olsztyn

Het is een wijsheid die in zo’n beetje alle moderne reisboeken (althans, de boeken die ik lees) op één of andere manier wordt aangehaald: ga zo licht mogelijk op reis. In de 19de eeuw trok de schrijver van het reisverhaal nog weleens met een complete karavaan aan dragers, kamelen, gidsen, dienders en bewakers door de woestijn, op weg naar het einde van de kaart, onderzoekend, noterend, om het lezerspubliek te trakteren op onverschrokken avontuur en sappige beschrijvingen van rare mensen die leefden achter de horizon. Zulke ontdekkingsreizigers bevinden zich tegenwoordig in het heelal of diep onder de waterspiegel, maar op het land wordt het verhaal van de reiziger vrijwel alleen nog maar opgetekend door de reisschrijver die zich laat leiden door een bepaald avontuurlijk idee – op de motor van Prudhoe Bay naar Ushuaia (Man in het zadel, Paul van Hooff), over land van Cairo naar Kaapstad (Dark Star Safari, Paul Theroux) of op de fiets van Ierland naar India (Full tilt, Dervla Murphy) – en daar verslag van doet in dat moderne reisboek, waarin het avontuurlijke aspect samenhangt met de afwezigheid van anderen – one man against the world. En dan is het inderdaad maar beter om zo licht mogelijk op pad te gaan. En niet alleen het gewicht is belangrijk, maar ook waar de reiziger dat in vervoert. Een koffer maakt hem immers tot een zeulende pakezel, een gemakkelijke prooi of het equivalent van de eenarmige bandiet, de Saguaro-cactus; een rugzak houdt hem lokaal, mobiel, wendbaar, met beide handen vrij om andere dingen mee te doen – de kaart lezen, geld uit de portemonnee halen, notities maken. Doorgaan met het lezen van “In Polen #1: De 13:12 naar Olsztyn”