Recensie: Van Hier Tot Tokio door Paul van Hooff

Van Hier Tot Tokio, Paul van Hooff
Uitgeverij Brandt. ISBN: 9789492037800

In de Nederlandse reisschrijverij is er maar zelden een boek dat in de verleden tijd is geschreven. Is dat dan belangrijk? Absoluut. Elk reisverhaal heeft immers in het verleden plaatsgevonden. De beste reisschrijvers beseffen dat en schrijven in die tijdsvorm – Bill Bryson, Paul Theroux, V.S. Naipaul, Jonathan Raban, Dervla Murphy. Zij maakten die reis. Nederlandse reisschrijvers lijken het echter steeds weer nodig te vinden om hun verhaal aan de tegenwoordige tijd op te hangen. Paul van Hooff is een verfrissende uitzondering.

In zijn eerste avontuur – Man in het zadel – reisde hij van het noorden van Alaska naar het zuiden van Patagonië. Het boek was gebaseerd op een spontane reis met een ongepland verloop: Van Hooff verwekte een tweeling bij de Boliviaanse Roxana en vestigde zich als verantwoordelijk vader in haar land. Toch maakte hij zijn reis tijdens de zwangerschap alsnog af.

Nu is er de opvolger: Van hier tot Tokio. Elf jaar na het begin van de eerste reis staat Van Hooff met twee euro op zak op Schiphol. De relatie met Roxana is op de klippen gelopen. Hij vindt – blut en werkeloos – onderdak op het Utrechtse zolderkamertje van een oude schoolvriendin. Een groeiend verlangen om bij zijn tweeling in Bolivia te zijn leidt tot het plan om middels crowdfunding een motorreis met zijn Moto Guzzi V7 uit 1975 (“Guus”) naar Tokio te bekostigen en daar een boek over te schrijven. Dat schrijven zou immers ook in Sucre kunnen gebeuren.

Het lukt Van Hooff om het benodigde budget bij elkaar te krijgen. Zelfs tijdens de reis schiet het thuisfront – voornamelijk fans van het eerste boek – nog een paar keer al dan niet financieel te hulp. Enerzijds wordt de lezer hierdoor opgezadeld met de vraag hoeveel avontuurlijker en pijnlijker alles was verlopen als Van Hooff het in zijn eentje had moeten zien te redden, anderzijds geeft het blijk van een dankbare eerlijkheid.

Het maakt ook allemaal niks uit. Na een relatief tam begin in het geciviliseerde Europa rijden Paul en Guus de Servische winter in. Vanaf dat moment spat het avontuur van de pagina’s af. De barre, winterse tocht door de bevroren hel van de Armeense bergen is iconisch voor de avontuurlijke instelling van onze reiziger, helemaal omdat hij onderweg is naar de Iraanse grens zonder visum op zak. Wie gaat er nu op reis naar Iran zonder visum? Van Hooff waagt het er domweg op en komt nog legaal binnen, ook. Het is de spirit van zijn reis.

Hij zegt overal ja op, accepteert elk aanbod. Dat maakt met name het Russische gedeelte van het boek, waarin de lezer van de ene naar de andere scène wordt gesleept, tot monumentale reisschrijverij. Zijn wodka-avontuur in Wolgograd en het redden van een tienerleven in Siberië zijn slechts enkele hoogtepunten in een behendig uitgewerkt verhaal.

Van Hooff schrijft met de korte, economische zinnen van een reportagejournalist. Niet de lange zinnen van een romanschrijver als Paul Theroux, die zijn medereizigers uitwerkt tot driedimensionale karakters; ook niet de omslachtige en grappig bedoelde maatschappelijke kritiek van Bill Bryson; al helemaal niet de gortdroge details van Dervla Murphy. De medereizigers en lokale bevolking – van Utrecht tot Tokio – blijven als boekkarakter in Van hier tot Tokio eendimensionaal – ze passeren slechts, zoals iedereen als je in je eentje op reis bent. Het nadeel is dat we een karakter als tijdelijke reisgenoot en nieuwe beste vriend José en de achtergrond van de reis – de scheiding van Roxana, het leven in Bolivia – niet goed leren kennen. Het grotere voordeel is dat het verhaal met een lekkere vaart doordendert.

Eigenlijk laat alleen de eindredactie van het boek te wensen over. Mierenneukerij daargelaten vallen er twee fouten op. Allereerst heet deel drie in het boek “Zuidoost-Azië.” Van Hooff komt niet eens in de buurt van de elf landen ten zuiden van China. Daarnaast wordt er tegen het einde van het boek gesproken over Hongarije (pg. 307), terwijl dit Bulgarije moet zijn. Elke schrijver, hoe goed die ook moge zijn, heeft een redacteur nodig die als een stille kracht op de achtergrond het schrijfwerk laat schijnen. Uitgeverij Brandt zou er wellicht goed aan doen om een mierenneuker in dienst te nemen.

Het spreekt voor de kracht van het boek dat je, zelfs na de twee kleine momenten van verwarring, ongestoord verder leest, net zolang tot die laatste twee woorden, die het verhaal rondmaken, inslaan als een bom.


Jeroen Vogel is schrijver van Nederlands- en Engelstalige reisboeken. In 2015 reisde hij met openbaar vervoer door de Amerika’s van de ijsberen naar de pinguïns. In 2018 werd hij de eerste man ooit die The Bryson Line liep. Het boek hierover wordt verwacht op 15 november 2018.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s