In Enkhuizen: Het Flessenscheepjesmuseum

In het eeuwenoude huisje waar het museum in gevestigd was, hing een enorme sluisdeur. Frans Wesseling, de coördinator van het Flessenscheepjesmuseum, opende een luik in de houten binnenmuur tegenover de voordeur.

“Steek je hoofd d’r maar eens door,” zei hij.

Ik zag een gedeelte van een grote sluisdeur. Eronder was het water van een gracht. Je kon dus letterlijk onder het museum doorvaren. Frans noemde de deur een “schuif” omdat het een valdeur betrof die opgetakeld en neergelaten kon worden. Daarom hing het loodzware gevaarte (40m2 eikenhout) in het gebouw en niet aan scharnieren in de kademuur. Het was pure noodzaak. In 1361 maakte de stad Enkhuizen op deze plek in de zeedijk een doorgang om haar allereerste binnenhaven te creëren. De schuif kon worden neergelaten bij storm. Maar toen Enkhuizen enkele honderden jaren later door economische voorspoed uitgroeide richting 23.000 inwoners, moest er binnen de stadsmuren worden bijgebouwd. Uiteindelijk kon er alleen nog bovenop de zeedijk worden gebouwd – zelfs op de plek waar de sluis zich bevond.

De schuif in het museum werd nutteloos toen er in 1820 zeesluizen werden gebouwd (die op hun beurt weer nutteloos werden toen de Afsluitdijk in 1932 gereed kwam). Eind jaren ’70 is het gevaarte nog één keer neergelaten, toen de Zuiderhavendijk tijdelijk droog moest komen te staan voor kadewerkzaamheden. En vervolgens moest-ie handmatig worden opgetakeld.

“Daarna hebben ze maar besloten om dat nooit meer te doen,” zei Frans droogkomisch.

Tegenwoordig hangt het ding in het oude huisje, temidden van de flessenscheepjes. En daarmee vormt de schuif in feite een contrast: het huisje is om de schuif heen gebouwd, maar de flessen zijn niet om de scheepjes heen geblazen. In een demonstratievideo werd getoond hoe de makers met engelengeduld en lange, dunne tangen de vele onderdeeltjes door de flessenopening heen op de juiste plaats in de fles aanbrengen.

De resultaten waren vaak adembenemend. Zo was er een zinkende Titanic, waarbij er overigens een klein schoonheidsfoutje te constateren viel: er kwam rook uit alle vier de schoorstenen (ook al was de vierde in werkelijkheid niet in gebruik). En de 9-jarige Thijs Snel maakte in 2010 een minuscuul scheepje in een fietslampje. De meest vindingrijke was wat mij betreft de fles waarin een flessenscheepjesbouwer bezig was met het aanbrengen van een scheepje in een fles.

Twintig vrijwilligers hielden het museum, jaarlijks goed voor vier- tot vijfduizend bezoekers, draaiende. Een vrijwilliger moest in principe alles kunnen, zoals het vertellen van de verhalen en het aanslaan van de kassa. Sommige vrijwilligers waren zelfs kundig genoeg om de flessen zo nu en dan te repareren, voornamelijk omdat ze in de loop der tijd beslaan. Frans, die de vrijwilligers coördineerde, was zelf ook een kundig verteller. We zaten in het houten keukentje dat in een uitbouw boven de gracht hing, koffie op tafel. Hij sprak op rustige en verhalende wijze, en ik schreef enkele pagina’s vol in m’n notitieboekje. Een watertaxi voer onder ons door, onder de scheepjes in de flessen, onder de schuif in het huis. Ik had hem nog niet in een flesje gezien, dus er was nog ruimte voor een originele toevoeging aan de collectie.

Een museum als dit ontstond zoals de meeste kleine musea: vanuit een verzameling. In dit geval begon het met de verzameling van Jan Visser, die ongeveer 350 stuks had. Zijn vrouw zou toen op een gegeven moment hebben gezegd: “Kun je niet ergens anders naartoe met dat spul?” Ik vermoed dat meneer Visser het huwelijkse klachtenboek blanco wenste te houden en in 1992 werd op deze locatie het Flessenscheepjesmuseum geopend. Daarna ging het snel. Erfgenamen die de hobby van wijlen papa of opa niet wilden of konden voortzetten en in hun zoektocht naar een geïnteresseerde bij het museum terechtkwamen. Alle stukken waren gedoneerd. Het museum kocht niks en verkocht niks.

Zo gaf de Duitser Günther Rohde, onder de voorwaarde dat zijn verzameling intact zou blijven, 125 flessenscheepjes, waaronder eentje van barnsteen. En omdat hij als brievensorteerder op de trein had gewerkt, bevond zich een treintje in één van de flessen die hij had voorzien van een scheepje met landschap op de achtergrond. De museale verzameling bestond inmiddels uit 1100 stuks – de grootste collectie ter wereld – waarvan de ene helft in het depot werd gehouden en de andere helft tentoongesteld werd voor het publiek. Natuurlijk rouleerden de flessenscheepjes om de zoveel tijd. En dat mocht ook wel, want veel ruimte boden de twee bouwlagen niet. Daarmee vormde het huis rond de schuif niet alleen een contrast met het scheepje in de fles, maar ook een overeenkomst.


Meer over Nederland?

Ga mee op reis door een klein koninkrijk!


Jouw stad of dorp is altijd een bezoekje waard
Heb je zin om mij rond te leiden door jouw woonplaats en de hoofdrol te spelen in een reisverhaal op deze website? Ken jij genoeg leuke plekjes, historische feiten en lokale producten voor een interessant artikel? Geen bezwaar tegen het publiceren van je naam en foto?

Laat me weten wat jouw woonplaats zo bijzonder maakt via het contactformulier!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s