Mijn eigen huis, mijn plek onder de zon

Nou, het is zover. Ik heb een koopwoning. Al een tijdje, eigenlijk. Maar ten eerste deed ik een paar maanden over de afweging tussen verbouwen of meubels aanschaffen; en daarna bleek dat meubels niet stantepede worden geleverd, zelfs niet wanneer er ‘Op voorraad’ op het bordje in de winkel staat.

Maar de tijd die in mijn geval verstreek tussen aankoop en intrek is niets vergeleken bij de lange mentale omslag die komt kijken bij het opgeven van een vrije, semi-nomadische levensstijl. Natuurlijk, ik voelde als dertiger al meerdere jaren aan mijn water dat een eigen stek wenselijk was. Om materialisme geef ik geen ene moer, dus die plek kon voor mijn part een wijnhuisje van €10.000 in Bulgarije zijn of een stacaravan op een Gelderse camping.

Met dat laatste idee was ik in 2018 redelijk actief bezig, maar liep daarbij tegen idiote bedragen aan. Vijftig mille voor een krot van een bungalow? En antikraak, zoals iemand me aanraadde, voldeed natuurlijk niet aan het idee van een eigen stek. En zo bleef het allemaal een beetje in de lucht hangen terwijl ik bij mijn ouders verbleef en bij hen op de zolderkamer doortikte aan allerlei boekprojecten. Ik denk dat ik het eigenlijk zo wel best vond.

Dat mentale proces versnelde echter toen een eigen adres opeens wel noodzakelijk werd. Ik had namelijk al langer het idee om een eenmanszaak in te schrijven, zodat ik naast mijn fulltime baan zo nu en dan in het openbaar kan spreken of voor een betalende klant kan schrijven. Echter, die inschrijving kon omwille van privacy niet op het adres van mijn ouders en omdat ik ze bij de KvK al hoorde schaterlachen als ik met een stacaravan als vestigingsadres aan zou komen zetten, vormde dat vestigingsadres dus de directe aanleiding om af te stappen van ideeën als campings, antikraak of iets in den vreemde.

Het moest een koopwoning zijn en nu heb ik voor een lachwekkend laag bedrag een buitenverblijf nabij de Noordhollandse kust waarop ik een eenmanszaak kan inschrijven. Niet dat ik me met dat laatste al heb beziggehouden. Verre van.

Wanneer je zo’n stap zet als de aankoop van een eerste woning, krijg je opeens te maken met allerlei bedrijven die noodzakelijke diensten aanbieden. Veel daarvan was, hoe banaal het onderwerp ook mocht zijn, nieuw voor me. Voorheen ging ik naar een ander land en was mijn accommodatie geregeld, inclusief water, energie en (vaak) internet. En vrijwel altijd stond er een wasmachine of was er een wasserette in de buurt. Nu moest ik letterlijk een huis vullen dat helemaal leeg was. Dat betekende dat er ontzettend veel nieuwe informatie op me afkwam die moest worden verwerkt. Opeens moest ik met een interieursmaak op de proppen komen, me druk maken over futiliteiten als de kleur van een leunstoel, een keuze maken tussen het ene schaaltje of het andere. En net als er zich in m’n hoofd een plaatje begon te vormen, riep er iemand: ‘Wat je óók kunt doen…’

Verkopers. Ik kwam ze opeens wel heel erg vaak tegen – nu ik van alles nodig had – en ik heb iets tegen het gelikte, het hyperenthousiaste, het veel te positieve. Ik vraag me dan af: vertel jij mij wel alles? Kom ik straks niet voor verrassingen te staan? Mijn shitdetector is bijzonder scherp afgesteld. Ik vind het heel belangrijk – in winkels, in relaties, op de werkvloer, eigenlijk in elke denkbare setting – dat er hoor en wederhoor plaatsvindt. Iemand die vooral zichzelf graag hoort praten en niet luistert naar de vragen of kanttekeningen (ik moet nu denken aan de stereotype autoverkoper) van de klant, neemt zijn gesprekspartner gewoon niet serieus. Dan moet je afscheid nemen. Kortom, als een verkoper eerlijk op me over komt én het product is goed, ben ik zijn of haar man.

Het duurde dus even voordat ik mijn introk kon nemen. Maar nu ik er woon en langzaam maar zeker alles is aangeschaft, kan ik eindelijk de boel gaan stroomlijnen. Want hoewel ik in het buitenland vaak dingen op z’n beloop laat en op die manier in schrijfwaardige situaties of avonturen belandt, ben ik in de thuissituatie juist van de planning (zodat de badkamer ook echt elke week wordt schoongemaakt), minimumvoorraden (zodat je nooit mis grijpt) en routines. De eigenaresse van het hostel in Kununurra waar ik voor werkte (zie In Australië) zei op een dag: ‘Assumptions are the mother of all fuck-ups.’ En zo is het inderdaad.

En omdat als kers op de taart het reisboek over Cuba – wat me al een half jaar bezighoudt – ook zo goed als klaar is, kan ik me na de implementatie van de huishoudelijke routines gaan focussen op een goed reisblog. Ik heb leuke ideeën voor deze website: rondleidingen door bewoners die met verhalen over het dagelijks leven een locatie een extra laag geven, persoonlijke verhalen die inherent zijn aan een plek, interviews met professionals uit de reiswereld (helemaal nu het zo’n interessante periode is) en voortzetting van de interviewserie Reizende Nederlanders. Binnenkort komt het hier dus allemaal tot leven en rest mij niks anders te zeggen dan: Tot snel!

1 Comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s