Onbeweeglijk Reizen

Reizen kan niet beter worden dan wanneer het comfort van thuis ontbreekt, de taalbarrière enorm is en de lokale gewoonten – en dan met name het eten – leiden tot verwondering. Er moet een zekere mate van vervreemding plaatsvinden, misschien zelfs paniek, opdat je naderhand met een gevoel van avontuurlijke voldoening derwaarts keert. Dit soort trips zitten vol frustratie: je raakt vermoeid, je verdwaalt, de informatie klopt niet, je krijgt heimwee, enige hulp blijft uit. En omdat je alleen bent – een reispartner leidt alleen maar af – ben je onder al deze omstandigheden volledig ondergedompeld in de lokale cultuur. Het maakt van de reis een haast antropologische onderneming, maar het is net zo goed een psychologische: onder zulke omstandigheden leer je jezelf pas goed kennen.

Eenmaal thuis bevindt zich echter een totaal ongeïnteresseerd publiek. Je hebt uren aan goed verhaalmateriaal verzamelt, maar je stuit op muren van gewapend beton – het verhaal wordt afgekapt met een komische opmerking, het onderwerp wordt veranderd, je ziet de blikken van verveling – want het verhaalmateriaal is niet herkenbaar. Zoals de doorsnee filmliefhebber niet zit te wachten op een Afghaanse productie wanneer er ook een Hollywoodfilm voorhanden is, zo zit de doorsnee thuisomgeving van een terugkerende reiziger niet te wachten op diens verhalen.

(De ontwikkeling van een hersenfilter is daarom essentieel: je moet aanvoelen welke onderwerpen in welk gezelschap besproken kunnen worden. Laat de gemiddelde intelligentie van de groep de onderwerpen maar uitkiezen en haak aan door op- of af te schalen. Deze kameleontactiek is, zoals elke reiziger van deze variant – de cultuurreiziger – kan beamen, stukken veiliger.)

Niet dat het ongeïnteresseerde publiek zelf niet reist. Ze reizen alleen op een andere manier. In de jaren vijftig ontstonden de pakketreizen (een weekje Havana voor $50, inclusief retourvlucht vanuit Miami). De pakketreiziger zoekt naar veiligheid en herkenbaarheid in een vreemde omgeving. De Nederlander in China, de Amerikaan in Amsterdam, de Engelsman op de hellingen boven Machu Picchu – ze hebben gemeen dat ze zich comfortabel en thuis willen voelen, en dat mag wat kosten. Sterker, er wordt gereisd om een ideale versie van thuis te creëren: thuis, maar dan wel met olifanten erbij (Afrika); thuis, maar dan wel volop zonneschijn (Benidorm); thuis, maar dan wel met vulkanen en kratermeren (Guatemala). De reiziger hoeft hier weinig meer voor te doen dan in een stoel te gaan zitten: de vliegtuigstoel, de transferstoel, de safaristoel, de bootstoel. Hij reist onbeweeglijk, wordt de wereld overgedragen, gewoon op z’n slippers.

Hij wil vooral niet uit de comfortzone worden gestoten door onverwachte plotwendingen die ontstaan vanuit een cultuurverschil. Daarom moet de beleving en het comfort van thuis eerst naar de bestemming worden geëxporteerd alvorens de pakketreiziger zich aldaar meldt. Zijn reis begint op een luchthaven en eindigt na een x aantal uren op een vrijwel identieke luchthaven. Ondertussen zat de reiziger vastgesnoerd in een stoel, onbeweeglijk tussen A en B, om te gaan slapen in een hotel waar het bed comfortabel is, het eten lijkt op dat van thuis, men de eigen (of een bekende) taal spreekt en de kans op ongemak erg klein is. Er wordt grof geld gespendeerd om elders in de spiegel van thuis te kunnen kijken. En dat gebeurt in zulke grote getale dat de (al dan niet lokale) reisindustrie maar wat graag inspeelt op deze enorme vraag.

Het resulterende aanbod transformeert het aanzicht van een plaats. Dit heeft een enorm effect gehad op de manier waarop wij naar de wereld kijken. We hebben het idee gekregen dat de wereld een maakbare plaats is, dat het zich met een elastische lenigheid conformeert aan de tradities en denkwijzen van thuis, alleen maar omdat wij er zijn. Het gaat zelfs zover dat mensen die willens en wetens naar een land afreizen waar alcohol verboden is, toch aan alcohol proberen te komen. Mensen zijn verbaasd wanneer een Amsterdams hotel een extra bedrag in rekening brengt voor verlengd gebruik van de kamer, want in Praag mochten ze toch ook gratis een uurtje langer blijven? En zit er wel een Nederlandse snackbar naast dat hotel op Ibiza?

Een pakketreiziger – die tegenwoordig vlucht en hotel apart boekt via skyscanner.com en booking.com en zo zelf een pakketje samenstelt – reist duidelijk niet voor de cultuur naar een plek. Het magnetisme heeft alles te maken met iets dat die specifieke plek te bieden heeft, iets populairs – een klimaat, een kustlijn, een berg. Sluit de Amsterdamse coffeeshops en de Britse junkies zoeken hun heil elders.

De vraag is alleen: met welke verhalen komt de pakketreiziger thuis? Welke ontdekkingen heeft hij gedaan, bovenal over zichzelf? Het zullen er niet veel zijn. Nee, het is waarschijnlijker dat hij thuis komt met tips: hij heeft ontdekt welke attracties de moeite waard zijn, welk restaurant moet worden vermeden, waar je tot diep in de nacht kunt zuipen, om welke kamer je vooral (niet) moet vragen in dit of dat hotel. Met zijn nieuw opgedane kennis kan hij wél een publiek voor zich winnen: de bestemming is bekend (want tante Sjaan is er ook geweest), de tips nuttig (want ome Geert wilde ook al een tijdje naar Mallorca en is blij te horen dat die ene hotelbar een bittergarnituurtje aanbiedt) en de belevenissen herkenbaar (want neef Koen heeft daar destijds ook parachutegesprongen, die dappere dodo).

Maar in werkelijkheid heeft hij zich in een bubbel bevonden. De Egypteganger slaapt in een hotel met zwembad en uitzicht op de turkooizen wateren van de Rode Zee, loopt rond in opgepoetste stadjes, eet hamburgers en (‘authentic Italian’) pizza, dobbert in een rondvaartboot op de Nijl en klinkt ’s avonds glazen met mensen uit de eigen cultuur. In Turkije verblijft deze toerist om die reden het liefst in Rusvrije hotels en aan de kust ten oosten van Venetië zijn de campings complete dorpjes die het onnodig maken om het achterland in te trekken. En als de pakketreiziger zich al in het achterland bevindt, is hij per touringcar onderweg naar de sfinx en de piramiden.

De cultuurreiziger mag de pakketreiziger wel dankbaar zijn. Zolang die laatste zich in bubbels blijft bevinden, netjes liggend op een strandhanddoek, zo af en toe slenterend over een ‘lokale’ markt vol souvenirs, kan de lokale cultuur behouden blijven. De maakbare wereld blijft dan beperkt tot de vliegtuigstoel, de transferstoel, het strandhanddoek en de hotelbar, zodat de cultuurreiziger er omheen kan navigeren en zich kan onderdompelen in een omgeving die totaal niet op reizigers is ingericht. Zijn verhalen zijn dan misschien niet interessant voor het doorsnee publiek, maar dat is maar goed ook.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s