In Polen #2: De 09:06 naar Ketrzyn

De damp uit mijn beker koffie, waarmee ik de weg tussen het McDonald’s-restaurant en het station overstak, loste op in de ochtendnevel. Ik haastte me richting het warme EU-treintje, dat binnen vijf minuten zou vertrekken, en al snel kondigde het zachte geronk van de geroetfilterde dieselmotor het vertrek uit Olsztyn aan. We gleden de bossen in, waar heldere, blauwe luchten tikkertje speelden met de mist. Bij sommige stations bevonden zich leegstaande gebouwen; sommige stationsgebouwen zelf waren permanent gesloten en verzegeld met graffiti. Oude laadgebouwtjes, met rol- of schuifdeuren op wagonhoogte, die wellicht ooit een rol hadden gespeeld bij de postdistributie, stonden er verlaten bij. Toch was er genoeg leven te zien. In de dorpjes en gehuchtjes dampte de rook van haardvuur uit veel schoorstenen. En in veel seingebouwen – hogere panden met raampartijen rondom de bovenzijde, alsof het een luchtverkeerstoren betrof die zich veelal aan het doorgaande spoor bevonden nabij een spoorovergang – woonde de seinbediener. Bijna een uur na vertrek werd het erg mistig. Ik kon nog net de bevroren plassen op de laagstgelegen punten van glooiende weilanden zien, op zo’n vijftig meter van het spoor. Doorgaan met het lezen van “In Polen #2: De 09:06 naar Ketrzyn”

In Polen #1: De 13:12 naar Olsztyn

Het is een wijsheid die in zo’n beetje alle moderne reisboeken (althans, de boeken die ik lees) op één of andere manier wordt aangehaald: ga zo licht mogelijk op reis. In de 19de eeuw trok de schrijver van het reisverhaal nog weleens met een complete karavaan aan dragers, kamelen, gidsen, dienders en bewakers door de woestijn, op weg naar het einde van de kaart, onderzoekend, noterend, om het lezerspubliek te trakteren op onverschrokken avontuur en sappige beschrijvingen van rare mensen die leefden achter de horizon. Zulke ontdekkingsreizigers bevinden zich tegenwoordig in het heelal of diep onder de waterspiegel, maar op het land wordt het verhaal van de reiziger vrijwel alleen nog maar opgetekend door de reisschrijver die zich laat leiden door een bepaald avontuurlijk idee – op de motor van Prudhoe Bay naar Ushuaia (Man in het zadel, Paul van Hooff), over land van Cairo naar Kaapstad (Dark Star Safari, Paul Theroux) of op de fiets van Ierland naar India (Full tilt, Dervla Murphy) – en daar verslag van doet in dat moderne reisboek, waarin het avontuurlijke aspect samenhangt met de afwezigheid van anderen – one man against the world. En dan is het inderdaad maar beter om zo licht mogelijk op pad te gaan. En niet alleen het gewicht is belangrijk, maar ook waar de reiziger dat in vervoert. Een koffer maakt hem immers tot een zeulende pakezel, een gemakkelijke prooi of het equivalent van de eenarmige bandiet, de Saguaro-cactus; een rugzak houdt hem lokaal, mobiel, wendbaar, met beide handen vrij om andere dingen mee te doen – de kaart lezen, geld uit de portemonnee halen, notities maken. Doorgaan met het lezen van “In Polen #1: De 13:12 naar Olsztyn”

Schrijfproces “In Nederland” begonnen; “American Safari” bijna klaar

Gisteren ontving ik een kleine doos met vier boeken: de allereerste exemplaren van In Vietnam en In Australië (twee stuks per titel). Nu staat van beide titels een maagdelijk exemplaar achter me in de boekenkast; het tweede exemplaar laat ik trots zien aan de arme ziel die geen nee kan zeggen.  Doorgaan met het lezen van “Schrijfproces “In Nederland” begonnen; “American Safari” bijna klaar”

REISVERSLAG: Hoeveel kilometer kun je treinen in 24 uur?

Het meisje op de piano had niet in de gaten dat zich achter haar een bescheiden haag van toeschouwers had gevormd. Ze zong met een krachtige, diepe stem, terwijl de klanken van de piano over het perron reisden. Het liedje was Engelstalig, haar accent was vlekkeloos, de uitvoering virtuoos. Ik stond gefixeerd te luisteren. En toen het voorbij was, kon ik alleen maar concluderen wat een geweldige toevoeging de stationspiano’s aan het spoorwegnet zijn. Doorgaan met het lezen van “REISVERSLAG: Hoeveel kilometer kun je treinen in 24 uur?”